Geschiedenis en toekomst van AI: wat betekent het voor uw bedrijf?

13-11-2019 - Kortrijk , The Square

Daniel De Schreye

Daniel De Schreye is sinds 1990 een gediplomeerde onderzoeker en onderzoeksleider aan FWO-Vlaanderen alsook sinds 1992 professor aan de KU Leuven. Hij heeft meer dan 150 artikelen gepubliceerd in internationale conferenties en tijdschriften die door vakgenoten zijn beoordeeld. Daarnaast was hij ook Program Director of the advanced Master of Artificial Intelligence waarbij hij duizenden studenten alsook het grote publiek kennis heeft laten maken met artificiële intelligentie. Dit bijvoorbeeld door middel van cursussen, lezingen en panelbijdragen. Daarnaast gaf hij ook advies omtrent artificiële intelligentie in de media alsook in het federale parlement.

Wouter Denayer

Wouter Denayer is Technology lead voor IBM België en Luxemburg. In deze functie geeft hij leiding aan het technische team en richt hij zich voornamelijk op het brengen van business value naar klanten door middel van innovatie. Als IT-architect heeft hij uitgebreide ervaring opgedaan in dienstverlening, software en sinds 2012 in het beheren van de technische relatie met IBMs belangrijkste zakelijke klanten. Naast het ondersteunen van partners van IBM bij het implementeren van nieuwe technologieën is hij ook Global Technical Advisor van de IBM Academy of Technology en heeft hij ook 4 octrooiaanvragen op zijn naam staan. Vanuit IBM is hij ook dagelijks bezig met de toekomst van AI, meer specifiek het inschatten van trends, analyseren van het perspectief, etc.

about the seminar

“A 2 month, 10 men study of AI”

We nemen u even terug in de tijd, meer specifiek 31 augustus 1955. Naar Dartmouth College, een Ivy League universiteit, de negende oudste instelling voor hoger onderwijs in de Verenigde Staten en consequent deel uitmakend van de hoogst gerankte universiteiten in de wereld, zowel voor onderwijs als voor onderzoek. Daar in Dartmouth schreef de jonge prof John McCarthy, toen net aangesteld, een voorstel uit voor een zomerworkshop en poneerde hij voor het eerste de term Artificiële Intelligentie. Daarvoor, daartussen, daarna had men het ook over termen als complex learning, intelligent machines, thinking machines. Bij het schrijven van het voorstel ging McCarthy uit van het vermoeden dat “elk aspect van leren of elk ander kenmerk van intelligentie zo precies kan beschreven worden dat een machine kan ontwikkeld worden om die intelligentie te simuleren”.

De workshop rond AI vond plaats in de zomer van 1956, duurde zes weken en verwelkomde verschillende onderzoekers, waaronder niet enkel computerwetenschappers. Zo waren er ook een cognitief wetenschapper, een econoom, een arts, een paar wiskundigen, een psycholoog en een aantal ingenieurs aanwezig. In totaal waren ze met elf, waarvan drie de volledige zes weken deelnamen aan de summer workshop. Er heerste een enorm optimisme: “Als een groep zorgvuldig geselecteerde onderzoekers zich gedurende één zomer over de problematiek zou buigen zou een opmerkelijke vooruitgang al mogelijk zijn. Of ook: “a 2 month, 10 man study of AI”.

McCarthy beschreef zeven aspecten van een AI-probleem. En eigenlijk zijn ze nu, heel wat decennia later, nog even relevant.

  1. Automatische computers: Er was reeds een duidelijk besef dat rekenkracht niet volstaat om het menselijk brein te stimuleren. Dit was echter niet het belangrijkste obstakel, maar wel het feit dat men niet in staat was om programmeertalen te schrijven die alles konden vatten wat men toen al wist.
  2. Een tweede aspect was het programmeren van taal. Als taal zou neerkomen op het constant manipuleren van woorden volgens een set van regels dan moet dit kunnen geprogrammeerd worden zodat computers een taal kunnen gebruiken.
  3. Een derde onderwerp dat op tafel lag was meer gerelateerd aan neurologisch onderzoek waarbij theoretisch zou nagedacht worden over hoe een set van neuronen kon samengebracht worden om een concept te vormen.
  4. Een vierde probleem was de efficiëntie van berekeningen. Men wist toen al dat het uitproberen van alle mogelijke oplossingen wel kan, maar gewoon niet efficiënt is. Er zou dus een bepaald criterium moeten ontwikkeld worden.
  5. Een vijfde aspect van het AI-probleem was het abstract en theoretisch bestuderen van een zichzelf verbeterende machine. Een echte intelligente machine zou moeten activiteiten uitvoeren die lijken op self-improvement.
  6. Het zesde aspect van het AI-probleem was abstracties maken uit diverse data.
  7. En tot slot zou er gediscussieerd worden over het verschil tussen creatief denken van de mens en creatief denken van een machine. Intelligente machines zijn competent, maar hebben geen verbeelding. Om een intelligente machine wél creatief te maken zou er een soort ‘randomness’ of willekeurigheid moeten ingevoerd worden.

De discussies die we anno 2019 voeren zijn niet zo verschillend van de vragen die al in 1955 werden neergeschreven en waar in 1956 duchtig over werd gediscussieerd.

McCarthy speelde in zijn voorspellingen rond AI-doorbraken wel op veilig. Hij zei dat doorbraken er konden komen binnen de 5 tot 500 jaar, van een marge gesproken. John McCarthy werd daarna nog professor aan het MIT waar hij samen met Marvin Minsky , zijn partner in crime in AI-onderzoek, het MIT AI lab stichtte. Het lab waar ook de Belgische Pattie Maes werkt.
Door verschillende visies vertrok Minsky richting Stanford om daar het Stanford AI lab te stichten. En zo waren de twee grootste concurrenten geboren. Tegelijk zorgde die concurrentie voor een stroomversnelling in onderzoek en ontwikkeling en een eerste doorbraak in AI.
In 1956 zijn zo’n 40 mensen langskomen, voor één dag of meer, naar de Dartmouth Summer Workshop on Artificial Intelligence. Vandaag, 63 jaar later werken naar schatting 300.000 onderzoekers en ontwikkelaars in het domain van AI, maar er zouden er miljoenen nodig zijn.

In Vlaanderen werd in 2019 het Vlaams Actieplan AI gelanceerd, een impulsprogramma dat de focus legt op diverse acties:

  • Onderzoek;
  • Verbeteren van digitalisering bij bedrijven en het ondersteunen van de implementatie van AI bij die bedrijven;
  • Ethiek en opleiden om de kennis over AI bij de bevolking aan te zwengelen.

“De ambitie is om op drie jaar tijd 100.000 Vlamingen minstens een basiskennis AI mee te geven. We kijken daarom naar het huidige aanbod aan AI-opleidingen in Vlaanderen en gaan na wat er nodig is om in te spelen op wat onze bedrijven en onze werknemers en werkzoekenden nodig hebben", werd toen besloten door minister Muyters.”

“Ken het verleden om beter voorbereid te zijn op de toekomst”. In dit eerste seminarie brengen we een getuigenis van de beginjaren van AI. Welke moeilijkheden overwonnen werden, wat de evolutie was, wat de belangrijkste doorbraken waren, etc. Daarnaast zal artificiële intelligente ook een diepgaande impact hebben op de toekomst, zowel privé als professioneel. Het opkomende partnerschap tussen mens en machine belooft onze menselijke capaciteiten te vergroten en nieuwe mogelijkheden te creëren voor exploratie en vooruitgang. Tegelijkertijd moeten we vooruitgang boeken op het gebied van transparantie en verantwoording van deze AI-systemen.

read more

the venue

The Square

https://www.howest.be/nl/contact/kortrijk/the-square

schrijf u in voor onze seminaries